k was al Vrouw voordat ik jou .. voordat jij mij zag mijn eerste adem klopte je aan mijn kinderhand liep me in aardetaal beleerde in vergetelheid leven constateerde mij bevriendde voor altijd een ring om mijn vinger schoof me toelachte om mijn open wonder me haatte als de zwartse nacht
Er was eens een planeet die aarde heette en het leven was er rommelig en onthand. De mens was zoekende naar zichzelf en geloofde in sprookjes. Dat er universum in ieder mens leefde ging het voorstellingsvermogen compleet te boven
Taal van de tijd en Taal van de eeuwigheid. Beiden bestaan. De huidige taal van de tijd, als overheersende communicatie beweging, heeft geen weet van eeuwigheid, niet in lichaam en niet in geest.
Ik ken mensen. En deze mensen kennen mij. Zij leven niet in aardse tijd. Ze zijn niet van een generatie voor mij en niet van een generatie na mij. Ze zijn samen met mij.
en als al het werelds op zijn kop draait en dat draait dan zal mijn mond open vallen mijn hand en mijn verstand als geen steen meer op de ander blijft dan zal ik snappen van de kracht van rots
waar je ook bent met wie en waarom van wat je dan zou zeggen denken en doen hoe je kanten kiest raadselt met slangen onderhandelt met overmacht hoe je verkeerd en verleert in de adembenemende pauze waarin doeken graag vallen
als ik je weerzie zo stilletjes naar je kijk dan bezie ik blauw zonovergoten schijnend achter je ogen en middenin pupil het leek alsof we spraken en toch stond deze wereld stil