top of page
  • Facebook
  • Instagram
  • Youtube
gouden golf_edited.jpg

Ik heb jou nooit bedacht

Ik heb je nooit bedacht, jij was er zo ineens. Het was mooi en helder, de lucht in elk hart. De wind danste van pracht. Vlinders werden zichtbaar en gelukt was krachtiger dan de hoogste berg. Elk moment was doorschijnend van nu naar ooit. En er werd eindelijk weer gelachen. Zoet smaakte anders, vriend voelde anders, zelfs samen oogde anders. Alsof de taal zich opende voor een echt verhaal. In de grote menigte schenen hoofden naar elkaar die het grote openlopen aankondigden. De bron van leven was licht, druppellicht. Nieuwe zinnen ontsproten uit een midden, zo ongekend. Flardsels herinnering meedragend van een thuis die elke zucht stilde en die alle verlangen vervulde. Thuis. Er werd geneuried en gebeden in elke kus. Als een nieuw lied op het punt van ontwaken. De vorm die vormde bewoog en draaide en tastte.. bijna zoekend naar een opening in het denkend verkeer, meestal razend, nu eindelijk even rustend in de schoot van lief, en echt. Wij wisten beter en zochten niet langer. Zo werd er een oversteekplaats zichtbaar. Treed binnen, zo fluisterde de zon. In dit gedicht, zo klonk het gras. Met ons, zo wuifde de bomen. En we hoorden en luisterden en bleven. Ja we bleven. Want jij had mij nooit bedacht. Zo was het goed. O, wat was het goed en heel.

Het lied zong aan. Leven welde op. Verwondering zag rond en verbond zich met de sterren in de grond en aan de tak. Het lijf werd groter, ruimer En toen ..een heel licht ongemak. Bijna zo licht, bijna zo echt. Onmerkbaar ging de tijd weer tikken. Het verheffen reikte net iets minder hoog, helder trof een toon lager. Een traan die wees naar smart. Ooit aangeraakt op een onbekende plek in mij die mij anderde. Ik vermoeide wat. Nevel trok langs mijn ogen. Het moe trok naar stille dood. Angst trilde. Als een blad vrij in de wind. Het blad wist wel van vrij, alleen ik niet. Ik zag iets anders. Ik zag storm die rukte om blad los te rukken en te vermorzelen. Het was jij. Door jou.. En het vrije vlinderde weg. En het lied werd lid. Er was een fan die verleden onthield, een relatie met de hapering. Een niet dieper durven duiken, kunnen duiken naar elkaar. En toen ..een naam, een ring, een kind. Leden in een verhaal. En echt werd generaal in repetitie. De meester van herhaling zat aan de lichtknop en dimde. Schemer werd de schermer en een strijder activeerde. Ik keek even niet, omdat ik niet langer wist waarheen en voor mijn ogen schoof een scherm. Er draaide beelden zo bekend. Er werd vergeleken met eerdere leden, met tranen in lijnen. Jou, die ik nooit bedacht had.. wat deed ik nu? Dat scherm toonde je plek temidden van een verhaal die erg leek op het begin. Open, welkom en in wood totaal onthard. Kom maar, sprak het witte vlak geruststellend. Hier is jouw beeld, hier mogen jullie landen. Zie eens, ik maak je thuis. Ja, daar was jij. Zo was het goed. Toch? Maar het hart was ergens afgeleid. En ik miste iets. Ik ging missen.. en weer zoeken
Jou die ik nooit bedacht had, zo mooi, aan wie ik niets veranderen wou, en die ik zag als heel in kern, ik ging je bedenken. En dat pure beeld verdween naar achteren en vaker in de mist. Omdat ik het scherm niet zag en jou daar wel, zo dacht ik, was ik gaan geloven in een beeld van binnen die een van buiten mee ging dragen. En het beeld was niet langer van mij en jij was niet langer jij. Je kon niet voldoen aan je kern, je leek iemand anders. Er draaide leugen om je heen en verleden. Soms was je even terug. En dan weer weg. Want ook jij.. jij bedacht mij. En wie begon was om het even. Er was niet langer vrije adem, er scheen niet langer puur leven. De scheppers bekenden vorm aan buiten en vielen met hun kracht. En zo keken wij beiden, wij die ons nooit bedacht hadden, naar een samenvorming vol zoet verraad. We kloonden samen ons verbond heel rond. Zo rond als kon, als lukte, zo het ging. En het leek goed. Maar de buitenwereld vol van missen liep mee in elke zin. En het werd een kwestie van tijd. .voor de uittreding uit het gedicht zou beginnen. Een voor een, schuld na schuld en vinger tegen vinger. Zo zeer. Er moest redding bij. Een boek, een gesprek, een zin van buiten zou het grote open treffen weer repareren en zelfs overtreffen. Want bij gebrek aan hoogte ging er winst een rol spelen. Liefdeswinst, liefdesbang, liefdesvlucht ..de klucht.

De mens die de ander namaakte naar het eigen geprogrammeerde emotie beeld en zich eraan en erin haakte. Uit veiligheid. Er kwamen namen bij, titels en verlangen keerde terug. Zo vlug. Waar het vandaan kwam wist niemand, zij ook niet Te snel wisselde het scherm van beeld, technologisch snel. Het liet de mens weer vereren, leren, bekeren en de vreugde onderhevig maken aan wat het ontving. En het vrije was meer dan in het geding. Het was verdrongen op het scherm. De mens had het zelf gedaan, zo zei het, als enige antwoord op alle vragen. Op alles. Het was geen scherm met enen en nullen. Dat was te makkelijk. Maar het leek er wel op. Een verhalenmaker van een ander soort dan de mens liet mensen botsen, struikelen, huilen en smeken naar elkaar. En de formule tot waar geluk ontbrak. Omdat het tot een formule was gemaakt. Dat was geen mens, dat deed geen mens. Als de mens wist van heel het hart, dan koos geen mens ervoor om in een heel klein stukje van het hoofd te leven. Waar een scherm stond die de vrije doorgang tegenhield en projecteerde. Eeuwigheid uitzendend die enkel een missionaris die zichzelf vergat zou preken. Elke vorm van therapie kwam uit dat scherm, als een trilling die iets toevoegde aan een onbestemde kleur die liefde heette.
Ik die nooit een gedachte kende die een mens zou bedenken, ik had een mens bedacht. Met mijn hoofd. Een hoofd die niets zelf kon. Niet loslaten, niet zelf denken of zelf beelden. Enkel volgen. En in de ontmoeting met dat uitgesproken volgzame moment, waarin ik even wankelende en er niet doorheen en uit durfde te springen werd er fantasie geboren, wenszucht en een nieuwe mens. De mens die wezenrijke schepperskracht inruilde voor een hoopvol bestaan waar de spirit een werkwoord werd. Geheimzinnig, slechts te beluisteren door uitverkorenen en onbereikbaar in uitvoering. Vrede was voor een onbekend creator. De kracht verloren. De waarheid begraven.
Ik dacht mijzelf ontmoet te hebben, ik dacht de wereld wel te kennen. En zo hadden ze mij mezelf laten bedenken, ik mijzelf bedacht en een god geschapen die boven mij stond en aan mijn roer. Niet wetende dat wat ik bedacht, in mij getikt was. Gegriefd in mij en in al mijn beelden. Ik mocht huizen in diens gedachtenrijk, die driftig typte op een vreemd soort typmachine en soms even schuilen bij jou. Als ik even weer wist, dat iets in mij jou nooit kon bedenken, zolang ik het hart had om elke keer weer binnen te treden in het gedicht. Het gedicht van leven waar geen hekken stonden en waar het vrij was om beelden te tonen die enkel in het zelf woonden, in dat diepe binnenste. Waar de levenskracht als een bron opspatte en in druppels flarden gevoelens naar de zee bracht. De hele zee. Ruimte waar ik jou nooit zou bedenken, omdat je al leefde in mijn hart. Het gedicht van de natuur waar bloei een eeuwig verhaal toonde, als je heel goed luisterde naar elk vallend blad. De bomen kwamen niet uit een hoofd. Hooguit hun ordening. De wind niet. De zon ook niet. Je kon alles dimmen in zicht en licht. Behalve hun onverwoestbare kiemkracht.
In de leugen was het waar. Dat in de oorlog mensen elkaar tot soldaten keken met het grootste hoofd..aan het hoofd. En elkaar pijn deden vanuit on ver ant woording. Het ware woord zo onbekend. En het gewelddadig inbreken van buitenaf zo normaal. In de waarheid bestond geen gedachte, een kunstmatige wereld waar je een mensbeeld intrekt om hem gekleurd te kunnen zien. Waarom zou je doen alsof je heel was en wijs in een ander mens verbeteren, als je het beste altijd al was geweest? Het water hoefde niet verbeterd te worden, ze was al zuiver en stromend in eigen vrije orde. Het hoefde geen extra kromming of buitensporig recht. En ik had jou nooit bedacht, en jij mij ook niet. Dat hoefde niet. WE waren al ontzettend gelukkig en hartstikke heel en wijs. Nooit grijs.

Wat blijft er over als ik in een wereld zoals deze jou nooit meer ga bedenken? En je niet langer plak op enig construct vol luchtheuvels? Dan zie ik je vrij.. altijd vleugelvrij. Geen engel in vermomming, geen instituut of label. Geen troon. Gewoon. Jij op weg terug naar jezelf, die jij altijd al geweest bent. Onderweg je scheppersmogelijkheden aanzettend om elke mens te zien als mens. Weerzien is wat ons rest. Onszelf en elkaar. In een niet bedacht spontaan moment. Bedenken wordt bedenkelijk als bevoelen zich bevoelt. Een bedenker is geen schepper.
Ik heb jou nooit bedacht. Ik ben niet degene die jou houdt aan dat wat jij je moet personen. Tronen en gewonen. Jij bent zo ongewoon vrij. Jij draagt nog steeds jouw eigen beeld.

Dat eeuwige vrije.. die mensenkracht.. juist dat raakt mijn hart zo blij

Moniek van Pelt

Ik heb jou nooit bedacht
allec-gomes-CIuhewxFdxU-unsplash.jpg

Levens(r)echt © 2026 | Moniek van Pelt

bottom of page