Ik heb je nooit bedacht, jij was er zo ineens. Het was mooi en helder, de lucht in elk hart. De wind danste van pracht. Vlinders werden zichtbaar en gelukt was krachtiger dan de hoogste berg. Elk moment was doorschijnend van nu naar ooit. En er werd eindelijk weer gelachen.
Er was eens een planeet die aarde heette en het leven was er rommelig en onthand. De mens was zoekende naar zichzelf en geloofde in sprookjes. Dat er universum in ieder mens leefde ging het voorstellingsvermogen compleet te boven
Taal van de tijd en Taal van de eeuwigheid. Beiden bestaan. De huidige taal van de tijd, als overheersende communicatie beweging, heeft geen weet van eeuwigheid, niet in lichaam en niet in geest.
k was al Vrouw voordat ik jou .. voordat jij mij zag mijn eerste adem klopte je aan mijn kinderhand liep me in aardetaal beleerde in vergetelheid leven constateerde mij bevriendde voor altijd een ring om mijn vinger schoof me toelachte om mijn open wonder me haatte als de zwartse nacht
Ik ken mensen. En deze mensen kennen mij. Zij leven niet in aardse tijd. Ze zijn niet van een generatie voor mij en niet van een generatie na mij. Ze zijn samen met mij.