top of page
  • Facebook
  • Instagram
  • Youtube

een droom

Het huis was groot. Zo een ouderwets sjiek huis aan de achterkant, met een balustrade en een grote tuin. De voorkant echter, was als een te geordend, rij aan rij huis. Ik keek naar die voorkant. Ook daar waren een soort balustrades, maar dan protseriger.. De huizen waren heel hoog. De straat was open en leeg.  Waar waren de mensen. Ik vroeg het me af. Het geheel, het beeld oogde als aardig geordend met diep daaronder een monotone vibratie, als van onderhuids oorlogstafereel. Ik huiverde.

Ineens kwam er beweging in de lucht. Of ik zag het ineens. Cirkels. Een soort vreemde wervelingen. Velen. Ze waren met velen. Een patrouille schepen. Klein en groot. De kleinere schepen zakten langzaam en toch sneller dan mijn ogen konden waarnemen naar beneden. Hun ingangen sloten nauwsluitend aan op de deuren van elk huis. Al leek er afstand tussen te zijn. Zo voelde het niet. Het voelde meer als een dwingend soort onzichtbare sluizen waar mensen in afgevoerd konden worden, denkende aan vrijheid en redding. Buitenaardse redding. Had dan ook ballonnen opgehangen, dacht ik in een poging lichtheid te brengen. Maar dat zou de gang verraden. En het beeld was van een infantiele frivoolheid, zoals alleen een mens in de schijn der vergetelheid zou bedenken. Ik corrigeerde mezelf direct. Geen gedachten. Nu zeker niet.

 

Ja, het moest voelen als redding. Ik voelde aan alles dat mijn lichaam, mijn systeem wilde inhaken. Alsof allerlei verborgen programs gewacht hadden op dit moment. En alsof elk volksfeest had geoefend om dit moment te aanvaarden als vrolijke, blije overgave. Ik mistte alleen nog de drank en eeuwige zoetigheden.  Ik commandeerde me zelf met een uiterste inspanning eruit, het voelde alsof ik mezelf met alles wat ik in me had naar achteren gooide, terug naar binnen. En uit de onderhuids zuigende trekking, die me toescheen alsof ik een lot uit de loterij had gewonnen. Alsof ik zelf de prijs was. Erger nog, alsof er eindelijk vrede kwam. Alles zou voorbij zijn, armoede, drift, vechtlust, schone schijn. Het hoefde niet meer. De verlossers waren nabij. Het lichaam geraakte in een hypnotisch soort ontspanning.

Ik was weer in de ruimte in het huis. Ik bewoog mijn aandacht naar de achterkant, de tuinkant en het weids ogende gras. Er kwam een auto aanrijden. Een stationwagen. De man die eruit stapte opende de achterklep en bukte diep, om met een soort scherm weer tevoorschijn te komen. Het leek op een tv. Ik herkende de man direct. Vriend. Hij klom de trap op en kwam naar ons toe. De sfeer was uiterst alert en serieus. Ik voelde ineens weer spanning in mijn hele lichaam en bewoog naar achteren. Erachter. Er was geen gesprek. Alleen een kordaat knikken, zoals mensen naar elkaar doen, als ze weten wat er gedaan moet worden. We liepen allen naar buiten, in een onmeetbaar tempo, van rust en toch zeer krachtig en snel. Het samen lopen verlichtte de spanning. Alsof we met elke stap door frequenties trokken, waar we nooit eerder mochten of konden lopen. We stapten in de auto in een vloeiende beweging, alsof ieder zijn plek kende of voelde en reden weg.  Weg van het tafereel, dat steeds voller en luidruchtiger oogde. En weg van vreugde die niet binnenwaarts mocht ontstaan en gaan.  

We reden over een weg. Niet een weg. De weg. Ik zal het moment nooit vergeten van de tred van aards herkenbare vooruitgang , naar de kosmische opgang. We reden vooruit. Alles bewoog mee vooruit. Auto en mens, kleding, motor, waarneming, zelfs de haren. En ineens veranderde dat.  Het voelde niet meer aan als een auto. De beweging verlichtte. Alles werd lichter. Mijn hoofd, het voertuig, mijn benen en handen. De mensen om me heen leken even weg. Zo raakte ik vervuld van mezelf. De beweging ging onmiskenbaar naar boven. Het was geen opstijgen zoals van een vliegtuig. Het was een directe beweging naar boven en zo snel dat we wegschoten uit beeld. Maar dan zonder schieten. Het was als het lanceren van een voertuig dat voor mijn aardelichaam nieuw was. De zware kracht, de zwaartekracht achterlatend.  Dit was een schip. Geen auto. Mijn hoofd trok open. alsof alle data in een klap uit zijn afgedwongen rangschikking viel. Alsof ik toen pas weer wist wat vreugde was. Alsof ik nu pas weer weet wat vreugde is. En dit nu voelde zo anders, zo totaal anders dan alle nu’s die ik ooit in mijn mond genomen heb op aarde.

Het openvallen van de mond, het hoofd, het hart is iets onbeschrijfelijks. Is dit niet waar we nu met een stevig aantal mensen doorheen gaan. We hebben samen richting gegeven, ieder vanuit eigen unieke coordinatiepunten. De kosmische opgang. Nabij en tegelijk nog veraf lijkend. Het tv achtige scherm vloog uit een bijna onbewust registratiemoment naar voren, mijn open brein in. Ik zag ons daar in beeld. En dat beeld was levensgroot. Groter dan ik met dit hoofd zou kunnen bedenken. En zij die keken, waren ook zo levensrijk en met velen. Voor de logica met ontelbaar velen. En voor de mens die zag met miljoenen. Niet nodig om te tellen, als ieder mens precies weet wie hij is. De man met de blauwe ogen toonde zich tussen ons. Hij zou kort tevoren nog naar dat scherm hebben gekeken vanuit een vrije wereld, zo voelde het. Nog even en we zouden onszelf terugzien op dat scherm in het vrije. Vrij.


moniek Het gevoel, de meest intieme gewaarwording van menszijn terug te vinden, ik deel dit in elk verhaal en zo ook in deze. Het is geen verhaal. Het is leven in beeld. Ik op mijn manier en jij op de jouwe. En o, wat zijn we dichtbij. Zo dichtbij dat er geen tijd meer is om gedachten te hebben, om sferen dicht te houden in geheimenis, om verstoppertje te spelen voor elkaar. Er is geen tijd meer.. Iets vinden van elkaar is als het beeld van de rijzende zon neerhalen. De mens moet wel een cyborg zijn, om dat te willen doen. Oef, wat zijn die laatste loodjes toch altijd weer als torenhoge drempels. We hebben genoeg ervaren om te weten dat als we erover gaan, die drempel nooit bestaan heeft. Het is tijd om het stervensproces als het ware te versnellen, door de bereidheid om alles kwijt te raken van wat hier leven heet. En jezelf in Beeld te brengen. Beeld waarin je geen genoegen meer neemt met leugen, bijsturing en fragmentatie. Rechtvooruit. En open met dat Hele Beeld. Ik bereid mij voor. En jij?

 


 
 
 

Opmerkingen


Levens(r)echt © 2026 | Moniek van Pelt

bottom of page